verb
consumeren, verbruiken, gebruiken
B1
konsumieren betekent ‘consumeren’ of ‘opbruiken’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar en niet wederkerig; voltooid deelwoord: konsumiert, perfect met haben. Klinkt formeler dan essen of benutzen en wordt vaak gebruikt bij goederen, middelen of media.
Voorbeelden
Er konsumierte viele Süßigkeiten.
Hij at veel snoep.
Das Gerät konsumiert viel Strom.
Het apparaat verbruikt veel stroom.
Die Gäste konsumierten weniger, weil der Preis erhöht wurde.
De gasten consumeerden minder omdat de prijs werd verhoogd.
Details
Ezelsbruggetjes
Een groot bord dat leeg raakt of een apparaat dat een batterij leegtrekt.
Lijkt op «consume» — hetzelfde basisidee: hulpbronnen verbruiken.
Opmerkingen
konsumieren is een vrij formeel werkwoord (vaak gebruikt in rapporten of artikelen). In de omgangstaal gebruiken Duitsers afhankelijk van de context vaak werkwoorden zoals essen, trinken of verbrauchen.