noun
piano
A2
Klavier, het: zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘piano’. Meervoud: Klaviere. Regelmatige verbuiging. Veelgebruikt in zowel klassieke als populaire muziek; het gaat om het toetsinstrument.
Voorbeelden
Ich spiele Klavier.
Ik speel piano.
Sie übt jeden Tag am Klavier.
Ze oefent elke dag op de piano.
Der Nachbar brachte das Klavier ins Wohnzimmer, weil die Familie es drinnen aufstellen wollte.
De buurman bracht de piano naar de woonkamer, omdat het gezin hem binnen wilde neerzetten.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een grote piano voor met zwarte en witte toetsen
Klavier ~ ‘clavier’, verwant aan de Engelse wortels van ‘keyboard’
das: stel je een neutrale pianokoffer voor met het label ‘das Klavier’
Opmerkingen
Meervoud: Klaviere. Veelgebruikt woord voor een muziekinstrument.