Klavier

noun
piano
A2

Klavier, het: zelfstandig naamwoord met de betekenis ‘piano’. Meervoud: Klaviere. Regelmatige verbuiging. Veelgebruikt in zowel klassieke als populaire muziek; het gaat om het toetsinstrument.

Voorbeelden

Ich spiele Klavier.
Ik speel piano.
Sie übt jeden Tag am Klavier.
Ze oefent elke dag op de piano.
Der Nachbar brachte das Klavier ins Wohnzimmer, weil die Familie es drinnen aufstellen wollte.
De buurman bracht de piano naar de woonkamer, omdat het gezin hem binnen wilde neerzetten.

Details

MeervoudKlaviere

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Klavierdie Klaviere
genitivedes Klaviersder Klaviere
dativedem Klavierden Klavieren
accusativedas Klavierdie Klaviere

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een grote piano voor met zwarte en witte toetsen
👂Klavier ~ ‘clavier’, verwant aan de Engelse wortels van ‘keyboard’
⚧️das: stel je een neutrale pianokoffer voor met het label ‘das Klavier’

Opmerkingen

Meervoud: Klaviere. Veelgebruikt woord voor een muziekinstrument.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek