klein

adjective
klein
A1

klein is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘klein’ of ‘kleintje’. Vergrotende trap: kleiner; overtreffende trap: am kleinsten. Het wordt attributief en predicatief gebruikt; de uitgangen hangen af van geslacht, naamval en getal: ein kleiner Hund, der Hund ist klein.

Voorbeelden

Das Geschenk war sehr klein, obwohl die Verpackung groß wirkte.
Het cadeau was heel klein, hoewel de verpakking groot leek.
Das Haus hat nur ein kleines Fenster.
Het huis heeft maar één klein raam.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapkleiner
Overschrijvende trapam kleinsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️stel je een piepknoopje voor dat op het topje van je vinger past
👂klinkt een beetje als „clean” (beeld van iets kleins en netjes)
⚧️niet van toepassing

Opmerkingen

Veelvoorkomend beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. Let op de verbuiging met lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek