adjective
klein
A1
klein is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘klein’ of ‘kleintje’. Vergrotende trap: kleiner; overtreffende trap: am kleinsten. Het wordt attributief en predicatief gebruikt; de uitgangen hangen af van geslacht, naamval en getal: ein kleiner Hund, der Hund ist klein.
Voorbeelden
Das Geschenk war sehr klein, obwohl die Verpackung groß wirkte.
Het cadeau was heel klein, hoewel de verpakking groot leek.
Das Haus hat nur ein kleines Fenster.
Het huis heeft maar één klein raam.
Details
Ezelsbruggetjes
stel je een piepknoopje voor dat op het topje van je vinger past
klinkt een beetje als „clean” (beeld van iets kleins en netjes)
niet van toepassing
Opmerkingen
Veelvoorkomend beschrijvend bijvoeglijk naamwoord. Let op de verbuiging met lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.