Instrument

noun
instrument, muziekinstrument
A2

Instrument betekent ‘instrument’ of ‘muziekinstrument’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Instrument, meervoud die Instrumente. Reguliere verbuiging: des Instruments, den Instrumenten. Gebruikt in muziek en techniek.

Voorbeelden

Der Schüler übte das Instrument, weil er am Abend vorspielen musste.
De leerling oefende op het instrument omdat hij 's avonds moest optreden.
Er spielt ein Instrument in der Band.
Hij speelt een instrument in de band.
Ein Klavier ist ein großes musikalisches Instrument.
Een piano is een groot muziekinstrument.

Details

MeervoudInstrumente

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativedas Instrumentdie Instrumente
genitivedes Instrumentsder Instrumente
dativedem Instrumentden Instrumenten
accusativedas Instrumentdie Instrumente

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een viool of gitaar voor als duidelijk beeld van een muziekinstrument
👂Hetzelfde als het Engelse «instrument»
⚧️das: denk aan een neutrale instrumentenkoffer met het label «das Instrument»

Opmerkingen

Meervoud: «Instrumente». Kan verwijzen naar muziekinstrumenten of naar instrumenten/gereedschappen in het algemeen.

Categorie

Woordenschatverkenner

Gerelateerde woorden

In de buurt in het woordenboek