noun
cassette, band
B1
Kassette betekent ‘cassette’ of ‘bandje’ (audio/video). Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Kassette, meervoud die Kassetten. Het verwijst naar magnetische tapes of cassettecartridges. Door digitale media wat ouderwets, maar nog steeds herkenbaar.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Im Antiquariat fand sie eine alte Kassette mit Popmusik.
In de antiquariaat vond ze een oude cassette met popmuziek.
Ich habe eine Kassette.
Ik heb een cassette.
Der Sammler suchte eine alte Kassette, weil er die Musik von früher hören wollte.
De verzamelaar zocht naar een oude cassette, omdat hij de muziek van vroeger wilde horen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kleine plastic cassette voor met het label ‘die Kassette’, die in een speler wordt geschoven.
Bijna identiek aan het Engelse ‘cassette’.
Denk aan ‘die Kassette’ — de -e-uitgang en het kleine plastic doosje suggereren het vrouwelijke ‘die’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Verwijst naar een magnetische bandcassette (audio/video) of een kleine cartridge. Historisch gebruikelijker; in moderne contexten kunnen ook ‘Tonband’ of ‘Tape’ worden gebruikt.