noun
mes
A2
Messer betekent „mes”, het snijgereedschap. Onzijdig: das Messer, meervoud die Messer. Genitief enkelvoud: des Messers. Regelmatige verbuiging. Niet te verwarren met Messe. Heel gebruikelijk in de keuken en in het dagelijks leven.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das Messer liegt auf dem Tisch.
Het mes ligt op tafel.
Obwohl der Koch das Messer schärfte, schnitten die Azubis beim Gemüse zu langsam, sodass das Abendessen verspätet serviert wurde.
Hoewel de kok het mes slijpte, sneden de leerlingen de groenten te langzaam, zodat het avondeten te laat werd geserveerd.
Das Messer ist scharf.
Het mes is scherp.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een scherp keukenmes voor met ‘Messer’ gegraveerd op het lemmet.
Klinkt als ‘messer’ — er is geen goede Engelse tegenhanger; stel je voor dat je snijdt met een mes.
das Messer — denk aan ‘das’ voor een klein gereedschap; onzijdig.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud is hetzelfde als het enkelvoud: Messer. Telbaar; veelgebruikt in de keuken.