verb
uitnodigen
A1
einladen betekent „uitnodigen”. Het is een scheidbaar en sterk werkwoord: ich lade ein, du lädst ein, er lud ein; voltooid deelwoord eingeladen. In de voltooide tijden gebruikt het haben: hat eingeladen. Niet wederkerend. In de zin scheidt het voorvoegsel: Ich lade dich ein.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Gastgeber lud die Kollegen ein, nachdem er das Essen bestellt hatte, damit alle zusammen feierten.
De gastheer nodigde de collega’s uit nadat hij het eten had besteld, zodat iedereen samen kon feesten.
Ich möchte dich zu meiner Party einladen.
Ik wil je graag uitnodigen voor mijn feest.
Ich lade dich zu meiner Party ein.
Ik nodig je uit voor mijn feestje.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat iemand een deur opent en zegt: ‘Ich lade dich ein’ — ik nodig je uit.
denk aan ‘in-laden’ — iemand naar binnen brengen (uitnodigen).