verb
afdrukken, drukken
A1
drucken betekent vooral „drukken” of „printen”, en minder vaak „duwen”. Het is een zwak werkwoord met voltooid deelwoord gedruckt en hulpwerkwoord haben. Niet wederkerend en niet scheidbaar. Komt vaak voor in de lijdende vorm.
Voorbeelden
Er druckte den Bericht.
Hij drukte het rapport af.
Kannst du das Dokument bitte drucken?
Kun je het document alsjeblieft afdrukken?
Die Firma druckte die Broschüren für die Messe.
Het bedrijf drukte de brochures voor de beurs.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een printer voor die papier uitspuugt wanneer je 'drucken' zegt.
Klinkt als 'druk' (drukken) — stel je voor dat je op een knop drukt om te printen.
Opmerkingen
'drucken' is een regelmatig zwak werkwoord dat printen betekent. Het voltooid deelwoord is 'gedruckt'.