verb
boeken, reserveren
A2
buchen betekent ‘boeken’ of ‘reserveren’, bijvoorbeeld een ticket, hotel of vlucht. Het is een regelmatig zwak werkwoord met voltooid deelwoord gebucht en vormt de voltooide tijden met haben. Niet scheidbaar en niet wederkerig. Veel gebruikt bij reizen en diensten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich möchte einen Flug nach Berlin buchen.
Ik wil een vlucht naar Berlijn boeken.
Wir haben die Reise gebucht.
We hebben de reis geboekt.
Er buchte ein Hotelzimmer.
Hij boekte een hotelkamer.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je op een knop ‘Book now’ klikt waarop ‘Buchen’ staat.
Klinkt als Engels ‘book’ — ‘buchen’ = boeken/reserveren.