noun
berg, bergtop
A2
Berg betekent ‘berg’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Berg. Genitief: des Berges. Meervoud regelmatig: die Berge, datief meervoud den Bergen. Veelgebruikt in geografie en samenstellingen zoals Berggipfel.
Voorbeelden
Der Berg ist heute von Wolken bedeckt.
De berg is vandaag bedekt met wolken.
Der Berg ist fast 3000 m hoch.
De berg is bijna 3000 m hoog.
Die Wanderer stiegen auf den Berg, obwohl das Wetter im Laufe des Tages schlechter wurde.
De wandelaars beklommen de berg, hoewel het weer in de loop van de dag slechter werd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een hoge top voor met het label «BERG» en wandelaars aan de voet.
DER Berg: stel je een sterk, stevig «der»-bord voor dat in de berg staat (mannelijk).
Opmerkingen
Veelvoorkomend mannelijk zelfstandig naamwoord. Meervoud: «Berge».