zweifeln

verb
twijfelen, twijfels hebben
B1

zweifeln betekent ‘twijfelen’ of ‘aan iets twijfelen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, met haben in de voltooide tijd: hat gezweifelt. Veelgebruikte constructie: an + datief, bv. an etwas zweifeln. Niet wederkerig; tegenwoordig deelwoord: zweifelnd; verleden tijd: zweifelte.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Ich zweifle an seiner Aussage.
Ik twijfel aan zijn verklaring.
Ich zweifle an seiner Aussage.
Ik twijfel aan zijn verklaring.
Ich habe nie daran gezweifelt.
Ik heb er nooit aan getwijfeld.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.AUXILIARYhaben
VOCABULARY.DETAILS.SEPARABLEVOCABULARY.DETAILS.NO
VOCABULARY.DETAILS.REGULARVOCABULARY.DETAILS.YES
VOCABULARY.DETAILS.VERB_TYPEweak

VOCABULARY.DETAILS.PRINCIPAL_FORMS

Präsens (3. Sg.)er/sie/es zweifelt
Präteritum (3. Sg.)er/sie/es zweifelte
Perfekter/sie/es hat gezweifelt

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je iemand voor die twee (zwei) opties vasthoudt en aarzelt tussen beide — dat is ‘zweifeln’.
👂Denk aan ‘twilight’ (onduidelijk) — ‘zweifeln’ hangt samen met onzekerheid, zoals schemering die alles vervaagt.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Zwak (regelmatig) werkwoord. Wordt vaak gebruikt met «an» + datief (an etwas zweifeln). In de voltooide tijden gebruikt het «haben». Passieve vormen (Vorgangspassiv) worden met dit intransitieve werkwoord niet vaak gebruikt en zijn meestal ongrammaticaal; passieve paradigma-invoer wordt dienovereenkomstig geannoteerd. Intransitief werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS

ichzweifle
duzweifelst
er/sie/eszweifelt
wirzweifeln
ihrzweifelt
sie/Siezweifeln
ichzweifle
duzweifelst
er/sie/eszweifle
wirzweifeln
ihrzweifelt
sie/Siezweifeln
ichzweifelte
duzweifeltest
er/sie/eszweifelte
wirzweifelten
ihrzweifeltet
sie/Siezweifelten
duzweifle
ihrzweifelt
Siezweifeln