verb
twijfelen, twijfels hebben
B1
zweifeln betekent ‘twijfelen’ of ‘aan iets twijfelen’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, met haben in de voltooide tijd: hat gezweifelt. Veelgebruikte constructie: an + datief, bv. an etwas zweifeln. Niet wederkerig; tegenwoordig deelwoord: zweifelnd; verleden tijd: zweifelte.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich zweifle an seiner Aussage.
Ik twijfel aan zijn verklaring.
Ich zweifle an seiner Aussage.
Ik twijfel aan zijn verklaring.
Ich habe nie daran gezweifelt.
Ik heb er nooit aan getwijfeld.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die twee (zwei) opties vasthoudt en aarzelt tussen beide — dat is ‘zweifeln’.
Denk aan ‘twilight’ (onduidelijk) — ‘zweifeln’ hangt samen met onzekerheid, zoals schemering die alles vervaagt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Zwak (regelmatig) werkwoord. Wordt vaak gebruikt met «an» + datief (an etwas zweifeln). In de voltooide tijden gebruikt het «haben». Passieve vormen (Vorgangspassiv) worden met dit intransitieve werkwoord niet vaak gebruikt en zijn meestal ongrammaticaal; passieve paradigma-invoer wordt dienovereenkomstig geannoteerd. Intransitief werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.