verb
instemmen, akkoord gaan, goedkeuren
B1
zustimmen is een scheidbaar, regelmatig werkwoord en betekent ‘instemmen’ of ‘goedkeuren’. Het staat met de datief: jemandem/etwas zustimmen, bijvoorbeeld Ich stimme dir zu. Voltooide tijd: hat zugestimmt. Niet wederkerend, vaak in discussies en stemmingen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Ausschuss stimmte dem Vorschlag zu, obwohl einige Mitglieder weiterhin Bedenken äußerten.
De commissie stemde in met het voorstel, hoewel sommige leden nog steeds bezorgdheid uitten.
Er stimmte dem Vorschlag zu.
Hij stemde in met het voorstel.
Ich stimme dir zu.
Ik ben het met je eens.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat meerdere mensen in een vergadering hun hand opsteken om te laten zien dat ze het eens zijn («zustimmen»).
Klinkt een beetje als «zoom team» — stel je een team voor dat knikt van instemming tijdens een Zoom-gesprek.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord: in hoofdzin wordt «zu» gescheiden en staat het achteraan (ich stimme zu). Voltooid deelwoord: «zugestimmt». Gebruikt «haben» als hulpwerkwoord. Persoonlijke passieve vormen worden normaal niet gebruikt, omdat «zustimmen» een onovergankelijk / datiefwerkwoord is; gebruik liever het onpersoonlijke passief of het datiefpassief (bijv. «Es wird zugestimmt» of «Dem Vorschlag wurde zugestimmt»).