adjective
verantwoordelijk, bevoegd, belast met
B1
zuständig is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘verantwoordelijk’, ‘bevoegd’ of ‘belast met’. Typische constructie: für + accusatief — für etwas zuständig sein. Vergrotende trap: zuständiger, overtreffende trap: am zuständigsten.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wer ist für die Buchhaltung zuständig?
Wie is verantwoordelijk voor de boekhouding?
Das Gesundheitsamt war zuständig, obwohl die finanzielle Verantwortung bei einer anderen Behörde lag.
De gezondheidsdienst was verantwoordelijk, hoewel de financiële verantwoordelijkheid bij een andere instantie lag.
Er ist zuständig für die Personalabteilung.
Hij is verantwoordelijk voor de afdeling personeelszaken.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een badge voor met «ZUSTÄNDIG» erop, gedragen door de persoon die verantwoordelijk is voor een afdeling.
Klinkt als «zoo standing» — stel je iemand voor die ‘staat’ in de dierentuin en de leiding heeft.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt gebruikt om verantwoordelijkheid of bevoegdheid/jurisdictie aan te geven. Kan predicatief worden gebruikt («ist zuständig») of attributief («der zuständige Mitarbeiter»).