verb
luisteren
A2
zuhören is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘aandachtig luisteren’ of ‘naar iemand luisteren’. Het regeert de datief: jemandem zuhören. Voltooid deelwoord: zugehört, met haben. Imperatief: hör zu! Handig voor situaties waarin aandacht en luisteren centraal staan.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Bitte hör mir zu, ich erkläre es dir noch einmal.
Luister alsjeblieft naar me, ik leg het je nog een keer uit.
Er hörte aufmerksam zu.
Hij luisterde aandachtig.
Ich habe dir gut zugehört.
Ik heb goed naar je geluisterd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je iemand voor die een hand achter het oor houdt om actief te luisteren.
zuhoeren ~ 'to hear to' (denk aan 'hear to' = luisteren).
niet van toepassing
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Onovergankelijk werkwoord; vormen in de lijdende vorm zijn niet van toepassing. In de vervoegingstabel zijn persoonlijke (en wederkerende) voornaamwoorden weggelaten — alleen de werkwoordsvormen / hulpwerkwoorden worden getoond.