noun
muur, wand
B1
die Wand is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord met onregelmatig meervoud Wände. Betekent ‘muur’ of ‘wand’, meestal binnen in een gebouw. Verbuiging: der Wand, die Wände, den Wänden. Heel gebruikelijk in bouw en dagelijks taalgebruik.
Voorbeelden
Die Wand ist weiß.
De muur is wit.
An der Wand hing ein Foto, das viele Besucher bewunderten, obwohl es schon viele Jahre alt gewesen war.
Aan de muur hing een foto die veel bezoekers bewonderden, hoewel hij al vele jaren oud was.
Die Wand im Wohnzimmer ist blau gestrichen.
De muur in de woonkamer is blauw geschilderd.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je voor dat je een groot schilderij aan een ‘Wand’ hangt om te onthouden dat het muur betekent.
Klinkt als het Engelse ‘wand’ — stel je een toverstaf voor als een platte muur.
die — stel je een vrouwelijke ‘die’-sticker op een muur voor om het geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Wand verwijst naar een binnen- of buitenmuur. Het meervoud heeft een umlaut: Wände.