verb
vergroten, vergroten/uitbreiden, vermeerderen
B1
vergrößern is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord en betekent „vergroten”, „vermeerderen” of „uitbreiden”. Het staat meestal met een lijdend voorwerp: etwas vergrößern. Perfekt met haben: hat vergrößert. Voltooid deelwoord: vergrößert. Vaak gebruikt bij beelden, maten, oppervlakken en hoeveelheden.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe das Foto vergrößert.
Ik heb de foto vergroot.
Er vergrößerte sein Haus.
Hij heeft zijn huis vergroot.
Die Firma vergrößerte die Produktion, weil die Nachfrage deutlich gestiegen war.
Het bedrijf verhoogde de productie omdat de vraag aanzienlijk was gestegen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je inzoomt op een foto en de randen van het beeld naar buiten uitrekken.
Klinkt als «grow» + «sern» — denk aan «grow-sern» om vergroten te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
«vergrößern» is een onscheidbaar werkwoord en wordt in voltooide tijden meestal met «haben» gebruikt. Vaak gebruikt voor afbeeldingen, schermen of hoeveelheden.