noun
tabel, tafel
B1
Tabelle is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord en betekent ‘tabel’ of ‘overzicht’, niet het meubel ‘tafel’ (Tisch). Meervoud: Tabellen. Veel gebruikt voor gegevens, lijsten, statistieken en spreadsheets. Gewone verbuiging: die Tabelle, der Tabelle, die Tabellen. Vaak in school-, kantoor- en wetenschappelijke context.
Voorbeelden
In der Tabelle sind die Umsatzzahlen des letzten Jahres aufgeführt.
In de tabel staan de omzetcijfers van vorig jaar vermeld.
Tragen Sie die richtige Information in die Tabelle ein.
Voer de juiste informatie in de tabel in.
Die Lehrerin zeigte den Schülern die Tabelle, damit sie die Ergebnisse besser vergleichen konnten.
De lerares liet de leerlingen de tabel zien, zodat ze de resultaten beter konden vergelijken.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een spreadsheet voor met nette rijen en kolommen, gelabeld „Tabelle”.
Klinkt als het Engelse „table” — beide worden gebruikt om informatie weer te geven.
Die Tabelle — vrouwelijk: veel Duitse woorden op -e zijn vrouwelijk (die).
Opmerkingen
Verwijst meestal naar een grafiek of tabel met gegevens (niet naar meubilair). Meervoud: „Tabellen”.