verb
beginnen, starten
B1
starten betekent ‘starten, beginnen, lanceren’ en bij voertuigen of vliegtuigen ook ‘opstijgen / vertrekken’. Het is een regelmatig zwak werkwoord, niet scheidbaar en niet wederkerig. In de voltooide tijd kan het met haben of met sein voorkomen, afhankelijk van de betekenis.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das Rennen startete pünktlich, obwohl das Wetter schlechter wurde.
De race begon op tijd, hoewel het weer slechter werd.
Ich starte den Motor.
Ik start de motor.
Wir starten das Programm jetzt.
We starten het programma nu.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je voor dat je op een ‘Start’-knop drukt en een machine tot leven komt.
Klinkt als Engels ‘start’ + de uitgang ‘-en’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Zwak regelmatig werkwoord. In de voltooide tijden gebruikt het ‘haben’ (haben gestartet). Kan worden gebruikt voor het starten van machines, programma’s, evenementen of reizen.