adjective
constant, voortdurend
B1
ständig betekent ‘constant’ of ‘voortdurend’; als bijwoord ook ‘steeds, voortdurend’. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: ständiger, am ständigsten. Veelvoorkomende tegenhangers: gelegentlich, selten. Je gebruikt het voor een zelfstandig naamwoord of als bijwoord: ständige Probleme, er ärgert mich ständig.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Sie beschwert sich ständig über das Wetter.
Ze klaagt voortdurend over het weer.
Die Nachbarn beschwerten sich, weil das ständige Hupen die Kinder störte.
De buren klaagden omdat het voortdurende getoeter de kinderen stoorde.
Er hat ständige Schmerzen im Rücken.
Hij heeft constante pijn in zijn rug.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een klok voor waarvan de wijzers nooit stoppen om iets constants weer te geven.
Klinkt als «stand-eeg» — denk aan iets dat de hele tijd ‘staat’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
« ständig » duidt op herhaalde of voortdurende aanwezigheid en heeft vaak een klagende of irritante nuance (vergelijk met «immer», dat neutraler is voor «altijd»).