verb
voelen, waarnemen, bespeuren
B1
spüren betekent „voelen”, „waarnemen” of „bespeuren”. Het is een regelmatig, niet-scheidbaar werkwoord met haben in het Perfekt: habe gespürt. Het is niet reflexief. Je gebruikt het voor lichamelijke of innerlijke gewaarwording: den Wind spüren.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich spüre die Kälte trotz des Pullovers.
Ik voel de kou ondanks de trui.
Sie spürte, dass etwas nicht stimmte.
Ze voelde dat er iets niet klopte.
Ich spüre den Wind.
Ik voel de wind.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je kleine sensoren op je huid voor die ‘spire’ en een signaal sturen wanneer je iets voelt — dat is spüren.
Klinkt als ‘spoor-in’ — stel je voor dat je een spoor volgt om iets waar te nemen.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt gebruikt voor lichamelijke gewaarwordingen en ook voor het aanvoelen van ongrijpbare zaken (gevaar, spanningen). Regelmatig (zwak) werkwoord met het voltooid deelwoord «gespürt».