noun
stadion
B1
Stadion is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Stadion, meervoud die Stadien. Het betekent „stadion”, vooral voor sport of grote evenementen. Genitief enkelvoud: des Stadions. Veel gebruikt in uitdrukkingen als ins Stadion gehen.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Im Stadion waren zehntausend Zuschauer.
Er waren tienduizend toeschouwers in het stadion.
Das Fußballspiel findet im großen Stadion statt.
De voetbalwedstrijd vindt plaats in het grote stadion.
Die Mannschaft spielte im neuen Stadion, das wegen der Renovierung später eröffnet wurde.
Het team speelde in het nieuwe stadion, dat vanwege de renovatie later werd geopend.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een grote ring van zitplaatsen voor en een groot bord met ‘Das Stadion’.
Zoals het Engelse ‘stadium’ — de woorden zijn verwant.
das — stel je een neutraal geel bord op het gebouw voor met ‘Das Stadion’.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud is meestal «Stadien». In de spreektaal zeggen sommigen «Stadions», maar «Stadien» is standaard.