Stadion

noun
stadion
B1

Stadion is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Stadion, meervoud die Stadien. Het betekent „stadion”, vooral voor sport of grote evenementen. Genitief enkelvoud: des Stadions. Veel gebruikt in uitdrukkingen als ins Stadion gehen.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Im Stadion waren zehntausend Zuschauer.
Er waren tienduizend toeschouwers in het stadion.
Das Fußballspiel findet im großen Stadion statt.
De voetbalwedstrijd vindt plaats in het grote stadion.
Die Mannschaft spielte im neuen Stadion, das wegen der Renovierung später eröffnet wurde.
Het team speelde in het nieuwe stadion, dat vanwege de renovatie later werd geopend.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALStadien

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedas Stadiondie Stadien
genitivedes Stadionsder Stadien
dativedem Stadionden Stadien
accusativedas Stadiondie Stadien

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een grote ring van zitplaatsen voor en een groot bord met ‘Das Stadion’.
👂Zoals het Engelse ‘stadium’ — de woorden zijn verwant.
⚧️das — stel je een neutraal geel bord op het gebouw voor met ‘Das Stadion’.

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Het meervoud is meestal «Stadien». In de spreektaal zeggen sommigen «Stadions», maar «Stadien» is standaard.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS