adjective
zinloos, absurd, zonder betekenis
B1
sinnlos betekent ‘zinloos’, ‘nutteloos’ of ‘absurd’. Het is een gradueel bijvoeglijk naamwoord: sinnloser, am sinnlosesten. Tegenovergestelde: sinnvoll. Het kan attributief en predicatief gebruikt worden, bv. Es ist sinnlos, etwas zu tun. Vaak gebruikt om vergeefsheid uit te drukken.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Demonstranten handelten sinnlos, obwohl einige Redner sie zur Ruhe mahnten.
De demonstranten handelden zinloos, hoewel sommige sprekers hen tot kalmte maanden.
Die Diskussion war lange und am Ende völlig sinnlos.
De discussie was lang en uiteindelijk volkomen zinloos.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een verkeersbord met een vraagteken en een doorgestreepte idee-lamp om ‘geen zin’ te tonen
denk aan ‘sin-less’ — zonder zin / betekenis
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Wordt vaak gebruikt om handelingen of argumenten te bekritiseren die geen doel hebben. Kan worden versterkt met bijwoorden (völlig sinnlos, totaal zinloos).