Sendung

noun
uitzending, programma, zending, verzending
A2

Vrouwelijk zelfstandig naamwoord: Sendung betekent ofwel ‘uitzending’/‘programma’ in de media, ofwel ‘zending’/‘pakket’ in logistieke context. Meervoud: die Sendungen. Regelmatige verbuiging; de betekenis blijkt uit de context.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Sendung beginnt heute Abend um 20 Uhr.
De uitzending begint vanavond om 20.00 uur.
Der Moderator erwähnte in der Sendung, dass die Spendenaktion erfolgreich gewesen war, nachdem viele Zuschauer angerufen hatten.
De presentator vermeldde in het programma dat de inzamelingsactie succesvol was geweest, nadat veel kijkers hadden gebeld.
Ich sehe eine interessante Sendung im Fernsehen.
Ik kijk naar een interessante uitzending op tv.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALSendungen

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativedie Sendungdie Sendungen
genitiveder Sendungder Sendungen
dativeder Sendungden Sendungen
accusativedie Sendungdie Sendungen

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een tv-scherm voor met bovenaan het woord ‘Die Sendung’.
⚧️die — denk aan ‘die Sendung’ (een tv-/radio-uitzending is vrouwelijk).

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Heeft verschillende betekenissen afhankelijk van de context: tv-/radioprogramma of zending/verzending.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS