Senior

noun
senior, oudere man
B1

Senior is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „oudere man” of algemener „senior”. Het kan ook een ervaren werknemer aanduiden. Meervoud: Senioren. Veelvoorkomende genitief: des Seniors. Vrouwelijke vorm: Seniorin. Gebruikelijk in demografie, familie- en werkcontext.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Der Senior wohnt in einem Seniorenheim.
De senior woont in een verzorgingstehuis.
Mein Onkel ist ein Senior und genießt seinen Ruhestand.
Mijn oom is een senior en geniet van zijn pensioen.
Der Senior geht jeden Morgen spazieren.
De oudere man gaat elke ochtend wandelen.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALSenioren

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Seniordie Senioren
genitivedes Seniorsder Senioren
dativedem Seniorden Senioren
accusativeden Seniordie Senioren

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👁️Stel je een oudere heer voor met een wandelstok en een ontspannen glimlach.
👂hetzelfde als Engels «senior» (oudere persoon)
⚧️der Senior — «der» als «sir» (mannelijk) om het mannelijke geslacht te onthouden

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Gebruikt om te verwijzen naar een oudere man of iemand op hogere leeftijd; in formele contexten kan «Senior» of «Senioren» voor de groep worden gebruikt.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS