noun
seminar, workshop
B1
Seminar (o.) betekent vooral ‘seminar’ of ‘workshop’: een academische les of een praktische training. Meervoud: Seminare. Onzijdig zelfstandig naamwoord; vaak zegt men: an einem Seminar teilnehmen. Regelmatige verbuiging: das Seminar, des Seminars, den Seminaren.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich nehme an einem Seminar über Zeitmanagement teil.
Ik neem deel aan een seminar over timemanagement.
Sie besuchen ein Seminar über Präsentationstechniken, das wie ein praktischer Workshop aufgebaut ist.
Ze volgen een seminar over presentatietechnieken, dat is opgezet als een praktische workshop.
Das Seminar beginnt nächste Woche im Hörsaal 3.
Het seminar begint volgende week in collegezaal 3.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kleine groep rond een tafel voor met een bordje ‘Seminar’ op de deur.
identiek aan het Engelse ‘seminar’ — dezelfde vorm en betekenis.
das (onzijdig) — stel je een neutraal klasbord voor met ‘Der Seminarraum’ om ‘das Seminar’ te onthouden.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Een veelvoorkomend universitair woord. ‘Seminar’ (das) wordt in het meervoud ‘Seminare’. Afhankelijk van de context kan het een les, een kleine academische cursus of een workshop betekenen.