verb
zweten, transpireren
B1
schwitzen is een regelmatig werkwoord en betekent „zweten” of „transpireren”. Präteritum: schwitzte; voltooid deelwoord: geschwitzt. Het vormt het perfectum met haben. Niet wederkerig en meestal onovergankelijk. Gebruikt bij warmte, inspanning of stress, vaak met vor.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe stark geschwitzt.
Ik heb hevig gezweet.
Er schwitzte nach dem Sport.
Hij zweette na het sporten.
Ich schwitze viel.
Ik zweet veel.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je kleine waterdruppels voor die als kraaltjes op een voorhoofd verschijnen als het heet is
klinkt als «switzen» — denk aan «sweat-zen» (zweten)
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Regelmatig zwak werkwoord. Wordt gebruikt voor lichamelijk zweten en figuurlijk voor zenuwachtigheid. | Onovergankelijk werkwoord; passieve vormen zijn niet van toepassing.