adjective
zwanger
A2
schwanger is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘zwanger’. Het beschrijft iemand die een kind verwacht. In het gewone gebruik is het niet gradabel: comparatief en superlatief komen nauwelijks voor. Het is geen voltooid deelwoord en ook geen wederkerig werkwoord. Veel gebruikt in alledaagse en medische context.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Schauspielerin wurde schwanger, obwohl sie die Rolle erst kurz zuvor angenommen hatte.
De actrice raakte zwanger, hoewel ze de rol pas kort daarvoor had aangenomen.
Sie ist im fünften Monat schwanger.
Ze is vijf maanden zwanger.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een silhouet met een ronde buik voor naast het woord « schwanger ».
Klinkt als «swan-ger» — stel je een zwaan voor die een nest bouwt om aan zwangerschap te denken.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Altijd attributief of predicatief gebruikt; niet verwarren met tijdelijke toestanden.