noun
school
A1
„Schule” betekent „school” als onderwijsinstelling. Het is een vrouwelijk zelfstandig naamwoord: die Schule, meervoud die Schulen. Het meervoud is regelmatig. Veelgebruikte uitdrukkingen: „zur Schule gehen” en „in die Schule gehen”.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Kinder gehen zur Schule.
De kinderen gaan naar school.
Die Kinder gehen morgens in die Schule.
De kinderen gaan 's ochtends naar school.
Am Montag gingen die Kinder zur Schule, weil die Lehrer eine Exkursion planten.
Op maandag gingen de kinderen naar school omdat de leraren een excursie hadden gepland.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Kinderen die een gebouw binnengaan met een bordje «Schule» boven de deur
die — stel je een school voor met een grote vrouwelijke lerares «die Lehrerin» bij de deur
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelvoorkomende combinatie: zur Schule gehen (naar school gaan).