noun
reisgids, gids
A1
Reiseführer is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘reisgids’ of ‘reisleider/gids’, afhankelijk van de context. Meervoud: Reiseführer, dus dezelfde vorm. Vrouwelijke vorm: Reiseführerin. Regelmatige verbuiging. Kan een boek met tips en kaarten zijn of een persoon die rondleidt.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Touristen kauften den Reiseführer, damit sie die Sehenswürdigkeiten besser finden konnten.
De toeristen kochten de reisgids zodat ze de bezienswaardigheden gemakkelijker konden vinden.
Der Reiseführer zeigt uns die schönsten Sehenswürdigkeiten der Stadt.
De reisgids laat ons de mooiste bezienswaardigheden van de stad zien.
Ich habe mir einen neuen Reiseführer für Spanien gekauft.
Ik heb een nieuwe reisgids voor Spanje gekocht.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een gids voor met een kaart waarop «Reise» staat, die een groep leidt.
Klinkt als «travel + fuhrer» — denk aan «reisleider».
der Reiseführer — mannelijk «der» zoals een mannelijke gids die de tour leidt.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het meervoud is identiek aan de enkelvoudsvorm (Reiseführer). Kan afhankelijk van de context zowel het gedrukte boek als de persoon die rondleidingen geeft betekenen.