adjective
praktisch, handig
A2
praktisch betekent „praktisch”, „handig” of „nuttig”. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat je kunt vergelijken: praktischer, am praktischsten. Het staat attributief en predicatief: eine praktische Lösung, das ist praktisch. Veelgebruikt in alledaags Duits.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das ist eine praktische Lösung.
Dat is een praktische oplossing.
Der neue Rucksack war sehr praktisch, weil er mehrere Taschen hatte, die das Reisen erleichterten.
De nieuwe rugzak was erg praktisch, omdat hij meerdere zakken had die het reizen gemakkelijker maakten.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
een handige multitool die veel problemen oplost
practically -> practical
n/a
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Veelgebruikt bijvoeglijk naamwoord voor nuttige of handige dingen.