Kunde

noun
klant
A1

Kunde betekent ‘klant’ of ‘cliënt’. Het is een mannelijk zwak zelfstandig naamwoord: der Kunde, meervoud die Kunden. In veel naamvallen komt -n/-en erbij: des Kunden, dem Kunden, den Kunden. Veelgebruikt in handel, service en zakelijke context.

VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES

Die Firma schickte dem Kunden die Rechnung, nachdem die Lieferung ankam.
Het bedrijf stuurde de klant de factuur nadat de levering was aangekomen.
Ich habe Kunden.
Ik heb klanten.
Der Kunde wartet an der Kasse.
De klant staat bij de kassa te wachten.

VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL

VOCABULARY.DETAILS.PLURALKunden

VOCABULARY.DETAILS.DECLENSION

VOCABULARY.DETAILS.CASEVOCABULARY.DETAILS.SINGULARVOCABULARY.DETAILS.PLURAL
nominativeder Kundedie Kunden
genitivedes Kundender Kunden
dativedem Kundenden Kunden
accusativeden Kundendie Kunden

VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS

👂Klinkt als ‘cunda’ — denk aan ‘klant’.
⚧️der Kunde — mannelijke klant (mannelijk).

VOCABULARY.DETAILS.NOTES

Kunde is de mannelijke vorm; de vrouwelijke vorm is Kundin.

VOCABULARY.DETAILS.CATEGORY

VOCABULARY.DETAILS.VOCABULARY_EXPLORER

VOCABULARY.DETAILS.NEARBY_WORDS