verb
kopiëren
B1
kopieren betekent ‘kopiëren’ of ‘vermenigvuldigen’. Het is een regelmatig, transitief werkwoord: Perfekt met haben, voltooid deelwoord kopiert. Het neemt een lijdend voorwerp in de accusatief (etwas kopieren). Veel gebruikt op kantoor en op de computer.
Voorbeelden
Kannst du die Datei kopieren?
Kun je het bestand kopiëren?
Sie kopierte die Bilder.
Ze kopieerde de afbeeldingen.
Die Assistentin kopierte die Akte, bevor der Chef den Raum verließ.
De assistente kopieerde het dossier voordat de baas de kamer verliet.
Details
Ezelsbruggetjes
Denk aan het indrukken van Ctrl+C of de kopieerknop op een printer.
Klinkt hetzelfde als het Engelse 'copy'.
Opmerkingen
Regelmatig zwak werkwoord dat betekent een document, bestand of gegevens reproduceren. Gebruikt 'haben' als hulpwerkwoord in voltooide tijden.