noun
kilo
A1
Kilo is een informeel, onzijdig woord voor ‘kilogram’: das Kilo. Het wordt vaak met getallen gebruikt, bijvoorbeeld ein Kilo, zwei Kilos. Het meervoud Kilos is regelmatig. Minder formeel dan Kilogramm, maar heel gebruikelijk in de spreektaal.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Die Kundin kaufte ein Kilo Trauben, obwohl der Preis bereits stieg.
De klant kocht een kilo druiven, hoewel de prijs al steeg.
Das wiegt zwei Kilo.
Dat weegt twee kilo.
Ich habe ein Kilo Tomaten gekauft.
Ik heb een kilo tomaten gekocht.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Een zak met een grote '1 KILO'-sticker erop
kilo klinkt als 'kill-oh' — denk aan een klein zakje van één kilo
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
'Kilo' is de informele korte vorm van 'Kilogramm' en wordt vaak in alledaagse spraak gebruikt.