adjective
laag, gering, klein
B1
„gering” betekent „gering”, „laag” of „klein” in de zin van hoeveelheid, intensiteit of belang. Het is een gradabel bijvoeglijk naamwoord: geringer, am geringsten. Het wordt attributief en predicatief gebruikt (ein geringer Betrag; die Gefahr ist gering).
Voorbeelden
Es besteht nur ein geringes Risiko.
Er is slechts een klein risico.
Die zusätzlichen Fördermittel waren gering, sodass das Projekt langsamer vorankam als geplant.
De extra middelen waren gering, waardoor het project langzamer vorderde dan gepland.
Der Stromverbrauch ist diesen Monat gering.
Het stroomverbruik is deze maand laag.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een heel kleine ring voor aan een enorme vinger — piepklein = gering (klein/gering).
Klinkt een beetje als «gearing» — stel je een lage versnelling voor om «laag» te onthouden.
Opmerkingen
Wordt vaak gebruikt om kleine hoeveelheden, graden of belangrijkheid te beschrijven. Kan zelfstandige naamwoorden bepalen (bijv. geringe Kosten). Komt voor in zowel formele als informele contexten.