noun
euro
A1
Euro (der) betekent de euro, de munteenheid van veel Europese landen. De hoofdbetekenis is geld, €. Het meervoud blijft gelijk: Euro. In het genitief enkelvoud komt vaak des Euros voor. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; in de spreektaal zegt men gewoon zwei Euro.
Voorbeelden
Der Tourist bezahlte fünf Euro Eintritt, weil das Museum nur eine kleine Sonderausstellung hatte.
De toerist betaalde vijf euro entree, omdat het museum alleen een kleine speciale tentoonstelling had.
Das kostet 20 Euro.
Dat kost 20 euro.
Ein Kaffee kostet drei Euro.
Een koffie kost drie euro.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een glimmende munt voor met het woord EURO erop
klinkt als 'your-oh' — denk aan jouw geld
der (mannelijk) — stel je een mannelijke muntenverzamelaar voor die de euro vasthoudt
Opmerkingen
Het meervoud is in het Duits meestal 'Euro' (zonder -s), bijvoorbeeld drie Euro, al hoor je in informele contexten ook 'Euros'.