noun
café, koffiehuis
A1
Café betekent ‘café’ of ‘koffiehuis’. Het is een onzijdig leenwoord uit het Frans: das Café, meervoud die Cafés, met behoud van het accent. Het duidt meestal een plek aan waar je koffie drinkt en iets eet.
Voorbeelden
Wir treffen uns im Café um drei.
We ontmoeten elkaar om drie uur in het café.
Das Café hat gute Kuchen.
Het café heeft goede taarten.
Wir gehen ins Café.
We gaan naar het café.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een klein tafeltje buiten voor met koffiekopjes en gebak.
Hetzelfde als Engels «cafe».
Onthoud «das Café» — veel leenwoorden voor plaatsen zijn onzijdig.
Opmerkingen
Leenwoord uit het Frans; het meervoud is vaak «Cafés».