berufstätig

adjective
werkend, werkzaam, in loondienst
B1

berufstätig betekent „werkzaam” of „werkend”. Het wordt meestal gebruikt met sein: Sie ist berufstätig. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: berufstätiger, am berufstätigsten. Veelgebruikt in officiële en alledaagse contexten.

Voorbeelden

Sie ist seit zwei Jahren berufstätig.
Ze werkt al twee jaar.
Viele Eltern sind berufstätig und brauchen flexible Betreuungszeiten.
Veel ouders werken en hebben flexibele opvangtijden nodig.
Obwohl die Mutter berufstätig war, kümmerte sich der Vater abends um die Hausaufgaben, weil das Kind Hilfe brauchte.
Hoewel de moeder werkte, hielp de vader ’s avonds met het huiswerk, omdat het kind hulp nodig had.

Details

VergelijkbaarJa
Vergrotende trapberufstätiger
Overschrijvende trapam berufstätigsten
Voltooid deelwoordNee

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een badge voor met «berufstätig» op iemands jas — een teken dat die persoon werkt.
👂Sounds like 'bear-uf-sta-tig' — imagine a bear at a station doing a job to remember 'employed'.

Opmerkingen

Beschrijft iemand die werkt (een baan heeft). Vaak gebruikt voor mensen die werk en gezin combineren («berufstätige Eltern»).

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek