adjective
werkend, werkzaam, in loondienst
B1
berufstätig betekent „werkzaam” of „werkend”. Het wordt meestal gebruikt met sein: Sie ist berufstätig. Het is een trapbaar bijvoeglijk naamwoord: berufstätiger, am berufstätigsten. Veelgebruikt in officiële en alledaagse contexten.
Voorbeelden
Sie ist seit zwei Jahren berufstätig.
Ze werkt al twee jaar.
Viele Eltern sind berufstätig und brauchen flexible Betreuungszeiten.
Veel ouders werken en hebben flexibele opvangtijden nodig.
Obwohl die Mutter berufstätig war, kümmerte sich der Vater abends um die Hausaufgaben, weil das Kind Hilfe brauchte.
Hoewel de moeder werkte, hielp de vader ’s avonds met het huiswerk, omdat het kind hulp nodig had.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een badge voor met «berufstätig» op iemands jas — een teken dat die persoon werkt.
Sounds like 'bear-uf-sta-tig' — imagine a bear at a station doing a job to remember 'employed'.
Opmerkingen
Beschrijft iemand die werkt (een baan heeft). Vaak gebruikt voor mensen die werk en gezin combineren («berufstätige Eltern»).