noun
baard
B1
Bart betekent ‘baard’, dus gezichtshaar op kin en wangen. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Bart, meervoud die Bärte met umlaut. Verbuiging: des Bartes, den Bärten. Veelgebruikt bij scheren, baardstijl en baardgroei.
Voorbeelden
Der neue Anzug stand ihm besser, weil der Friseur seinen Bart kürzte.
Het nieuwe pak stond hem beter omdat de kapper zijn baard had bijgeknipt.
Er hat sich entschieden, einen Bart wachsen zu lassen.
Hij besloot een baard te laten groeien.
Er hat einen langen Bart.
Hij heeft een lange baard.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een man met een volle baard voor wanneer je «Bart» hoort.
Bart klinkt als het Engelse «bart»; associeer het met «snor/baard».
der = mannelijk. Stel je een man voor met een bordje «der Bart» om het geslacht te onthouden.
Opmerkingen
Veelvoorkomend alledaags zelfstandig naamwoord. De genitief kan «des Bartes» zijn of in de spreektaal «des Barts».