noun
babysitter, oppas
A2
Babysitter is een leenwoord uit het Engels en betekent iemand die tijdelijk op kinderen past. Het woord wordt vaak als mannelijk gebruikt, maar kan voor beide geslachten gelden. Meervoud: Babysitter. Voor een vrouw bestaat ook Babysitterin. Verbuiging is regelmatig.
Voorbeelden
Der Babysitter passt heute Abend auf die Kinder auf.
De babysitter past vanavond op de kinderen.
Die Eltern bezahlten einen Babysitter für die Kinder, weil sie am Abend zur Arbeit mussten.
De ouders betaalden een oppas voor de kinderen omdat ze ’s avonds naar hun werk moesten.
Wir brauchen einen Babysitter für heute Abend.
We hebben voor vanavond een babysitter nodig.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een persoon voor die met een baby zit en erop let.
Engels « baby sitter » (hetzelfde woord)
der — denk aan « der Babysitter » (mannelijk lidwoord) als basisvorm
Opmerkingen
Een uit het Engels geleend woord dat in het Duits wordt gebruikt. Het meervoud is identiek (Babysitter). Kan een man of vrouw aanduiden; lidwoord of context geeft het geslacht aan.