noun
werkplek, arbeidsplaats, werkplaats
A1
Arbeitsplatz is een mannelijk zelfstandig naamwoord: ‘werkplek’ of ‘arbeidsplaats’. Meervoud: Arbeitsplätze. Regelmatige verbuiging met umlaut en -e in het meervoud. Kan zowel de plaats van werken als een specifieke werkplek betekenen. Veelgebruikt in werkcontext.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Am neuen Arbeitsplatz gab es strenge Regeln, die viele Mitarbeiter überraschten.
Op de nieuwe werkplek waren strenge regels die veel medewerkers verrasten.
Mein Arbeitsplatz ist nur zehn Minuten entfernt.
Mijn werkplek is maar tien minuten verderop.
Unsere Firma hat 200 Arbeitsplätze.
Ons bedrijf heeft 200 arbeidsplaatsen.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een bureau voor met een bordje «Arbeitsplatz» en gereedschap van het vak.
klinkt een beetje als «work place» in het Engels
der - denk aan «der Platz» (mannelijk) met «Arbeit» eraan vast
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Meervoud: Arbeitsplätze. Veelgebruikt in formele en informele contexten voor de plaats of functie waar iemand werkt.