numeral
vier
A1
vier is het hoofdtelwoord ‘vier’. Het wordt gebruikt om te tellen of een hoeveelheid aan te geven: vier Bücher. Het kan ook het rangtelwoord vierte vormen (‘vierde’). Als basisgetal is het onveranderlijk, maar het komt ook voor in samenstellingen zoals vierzehn.
Voorbeelden
Der Lehrer gab vier Aufgaben, die die Schüler bis Montag bearbeiten sollten.
De leraar gaf vier opdrachten die de leerlingen voor maandag moesten maken.
Ich habe vier Äpfel gekauft.
Ik heb vier appels gekocht.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je vier opgestoken vingers voor om «vier» te onthouden.
Klinkt als Engels «fear» zonder de f — denk aan vier als een kleine angst.