noun
onderwerp, thema
A1
Thema betekent ‘thema’, ‘onderwerp’ of ‘gespreksonderwerp’. Het is een onzijdig zelfstandig naamwoord: das Thema, meervoud Themen. Genitief: des Themas. Vaak gebruikt met werkwoorden als behandeln of besprechen. Regelmatige verbuiging, met -s in de genitief enkelvoud.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das Thema des Artikels ist sehr aktuell.
Het onderwerp van het artikel is zeer actueel.
Das Thema der heutigen Diskussion ist Umweltschutz.
Het onderwerp van de discussie van vandaag is milieubescherming.
Das Thema der Stunde ist Umweltschutz.
Het onderwerp van de les is milieubescherming.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een kop voor: «Thema des Tages» in een krant.
Denk aan het Engelse «theme» — vergelijkbare wortel en betekenis.
das Thema — stel je een neutraal prikbord voor met «das Thema» erop.