noun
stroom, elektriciteit, vermogen
B1
der Strom is een mannelijk zelfstandig naamwoord en betekent „stroom”, „elektriciteit” of ook „stroming” van water. Meervoud: Ströme. Genitief enkelvoud: des Stroms. Heel gebruikelijk in alledaagse en technische woorden zoals Stromausfall en Stromversorgung.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Im Meer gibt es starke Strömungen; man merkt einen starken Strom beim Schwimmen.
Er zijn sterke stromingen in zee; je voelt een sterke stroom tijdens het zwemmen.
Wir müssen Strom sparen, um die Umwelt zu schützen.
We moeten elektriciteit besparen om het milieu te beschermen.
Viele Haushalte blieben ohne Strom, weil ein Sturm die Leitungen beschädigte.
Veel huishoudens zaten zonder stroom omdat een storm de leidingen had beschadigd.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een gestage stroom energie voor als een rivier (Strom = energiestroom).
Klinkt als « storm » zonder de « r » — stel je een storm van elektriciteit voor.
der — stel je een mannelijke elektricien voor (een ‘der’-figuur) met een dikke stroomkabel.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Strom est souvent utilisé comme nom de masse au sens de « électricité ». Il peut aussi désigner un courant physique (par ex. un courant d’eau) dans certains contextes. Faites attention au pluriel « Ströme », qui désigne généralement des courants distincts plutôt que l’électricité en général.