noun
meter
A1
Meter (der) is de Duitse benaming voor de lengtemaat ‘meter’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord; het meervoud blijft Meter. Genitief enkelvoud: des Meters; datief meervoud: den Metern. Veel gebruikt bij metingen in het dagelijks leven, techniek en wetenschap.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Der Tisch ist zwei Meter lang.
De tafel is twee meter lang.
Der Bauunternehmer grub drei Meter tief, bevor die Statiker das Fundament prüften.
De aannemer groef drie meter diep voordat de constructeurs de fundering controleerden.
Der Tisch ist zwei Meter lang.
De tafel is twee meter lang.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een lange meetlint voor met in felrood «1 Meter» erop.
Klinkt als «meter» in het Nederlands — dezelfde betekenis.
DER Meter — denk aan een mannelijke ‘meter-man’ met een meetlat (mannelijk).
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Het Duitse «Meter» komt rechtstreeks overeen met het Nederlandse «meter» en is onverbuigbaar in het meervoud (die Meter).