adjective
slim, intelligent, verstandig
A2
klug is een bijvoeglijk naamwoord en betekent ‘slim’, ‘verstandig’ of ‘wijs’. Vergelijkend: klüger; overtreffend: am klügsten, met umlaut in de vergrotende trap. Veel gebruikt voor intelligentie of goed oordeel. Normale bijvoeglijke verbuiging.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Das war eine kluge Entscheidung.
Dat was een slimme beslissing.
Obwohl er klug war, machte der Student einen Fehler, weil er müde war.
Hoewel hij slim was, maakte de student een fout omdat hij moe was.
Mein Bruder ist sehr klug.
Mijn broer is erg slim.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een slimme uil voor met een bril en het label «klug».
Denk aan «clue» → iemand met een aanwijzing is «klug» (slim).