Flug

noun
vlucht, vliegreis
A2

Flug betekent vooral ‘vlucht’ in de zin van een reis per vliegtuig, maar ook ‘het vliegen’. Het is een mannelijk zelfstandig naamwoord: der Flug. Meervoud: die Flüge. Je ziet het vaak in dienstregelingen, vluchtnummers en boekingen; geen vaste prepositie.

Voorbeelden

Ich habe den Flug gebucht.
Ik heb de vlucht geboekt.
Mein Flug nach Berlin geht um zehn Uhr.
Mijn vlucht naar Berlijn vertrekt om tien uur.
Die Familie änderte den Urlaub, nachdem sie wegen des Flugs neue Verbindungen suchten.
Het gezin veranderde de vakantie nadat ze vanwege de vlucht naar nieuwe aansluitingen hadden gezocht.

Details

MeervoudFlüge

Verbuiging

NaamvalEnkelvoudMeervoud
nominativeder Flugdie Flüge
genitivedes Flugsder Flüge
dativedem Flugden Flügen
accusativeden Flugdie Flüge

Ezelsbruggetjes

👁️Stel je een vliegtuig voor dat opstijgt wanneer je „Flug” hoort.
👂Klinkt als „flue” — denk aan vliegen door de „lucht”.
⚧️der — „der Flug” (een mannelijk woord).

Opmerkingen

Wordt gebruikt voor reizen per vliegtuig; gebruikelijk in reiscontexten.

Categorie

Woordenschatverkenner

In de buurt in het woordenboek