numeral
één
A1
‘eins’ is het Duitse hoofdtelwoord voor 1. Als los getal gebruik je ‘eins’; vóór een zelfstandig naamwoord staat ‘ein’, dat zich aanpast aan geslacht en naamval. Geen meervoud. Veel gebruikt bij tellen, cijfers en vaste uitdrukkingen.
Voorbeelden
Eins ist die kleinste natürliche Zahl größer als null.
Eén is het kleinste natuurlijke getal groter dan nul.
Der Schüler bekam die Note eins, obwohl er weniger gelernt hatte, weil er krank gewesen war.
De leerling kreeg een 1, hoewel hij minder had gestudeerd omdat hij ziek was geweest.
Details
Ezelsbruggetjes
Stel je een enkel object voor met een grote ‘1’ om aan ‘eins’ te koppelen
klinkt als Engels ‘eins’ ~ uitgesproken als ‘ains’ — onthoud dat het één betekent
Opmerkingen
Gebruikt als losstaand telwoord (in tegenstelling tot ‘ein’, dat een lidwoord is).