verb
inrichten, installeren, opzetten
B1
einrichten is een scheidbaar werkwoord en betekent ‘inrichten’, ‘uitrusten’ of ‘instellen/configureren’. Het is een regelmatig zwak werkwoord; Perfekt: hat eingerichtet. In een hoofdzin scheidt het voorvoegsel ein af: ich richte das Zimmer ein. Niet wederkerig.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Wir richten die neue Wohnung ein.
We richten het nieuwe appartement in.
Ich richte mein Zimmer ein.
Ik richt mijn kamer in.
Sie richtet den Raum für die Party ein.
Zij richt de kamer in voor het feest.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Visualiseer dat je een leeg appartement binnenloopt en de meubels één voor één neerzet: « ein » (in) en dan « richten » (ordenen).
Klinkt als « in rich ten » — stel je voor dat je een kamer rijk maakt met tien meubels.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
Scheidbaar werkwoord (voorvoegsel ein-). Wordt vaak gebruikt voor zowel technische instellingen (WLAN, apparaten) als het inrichten van kamers.