noun
document, bestand
B1
Dokument (das) betekent ‘document’ of ‘bestand’, vaak officieel, administratief of digitaal. Onzijdig zelfstandig naamwoord, meervoud Dokumente. Regelmatige verbuiging: des Dokuments, den Dokumenten. Veel gebruikt in administratie, recht en IT.
VOCABULARY.DETAILS.EXAMPLES
Ich habe die Datei als PDF-Dokument gespeichert.
Ik heb het bestand opgeslagen als pdf-document.
Ich brauche meine Dokumente.
Ik heb mijn documenten nodig.
Die Beamten fanden das Dokument, weil die Akte wichtige Hinweise enthielt.
De ambtenaren vonden het document, omdat het dossier belangrijke aanwijzingen bevatte.
VOCABULARY.DETAILS.DETAILS_LABEL
VOCABULARY.DETAILS.MNEMONICS
Stel je een papier voor met een stempel en een omgevouwen hoekje om een belangrijk document aan te duiden.
Bijna identiek aan het Engelse «document».
das Dokument — denk aan «das» als de neutrale map met feiten.
VOCABULARY.DETAILS.NOTES
«Dokument» is onzijdig; de genitief enkelvoud krijgt vaak -s (des Dokuments). In kantoorcontexten worden «Datei» (bestand) en «Dokument» vaak door elkaar gebruikt.